Een nieuw jaar.
Nieuwe plannen. Goede voornemens.
We kennen ze allemaal. Meer balans. Minder stress. Duidelijker grenzen. Eerder iets uitspreken. Beter voor jezelf zorgen op het werk.
En vaak denken we: dit ga ik dit jaar anders doen.
In stilte. Op eigen kracht.
Wat me opvalt – bij mezelf én in mijn werk – is hoe weinig we onze goede voornemens delen. Alsof het pas telt als je het alleen kunt. Alsof hulp vragen een teken is dat je het niet goed genoeg kunt.
Maar waarom eigenlijk?
Goede voornemens gaan zelden over méér doen. Ze gaan vaak over iets anders doen. En dat raakt aan patronen, verwachtingen, samenwerking. Aan hoe je je verhoudt tot collega’s, leidinggevenden en jezelf.
Dat kun je bijna niet alleen.
Misschien wil je:
- minder werkdruk ervaren
- vaker “nee” zeggen
- lastige gesprekken niet meer uitstellen
- je veiliger voelen om iets te benoemen
Dan helpt het om één vraag te stellen:
Wie kan mij hierbij helpen?
Dat hoeft geen groot gesprek te zijn. Soms is het een collega die even meedenkt. Soms een leidinggevende die ruimte kan creëren. En soms is het iemand buiten de lijn, met wie je vrij kunt spreken, zonder dat er meteen iets moet.
Wat ik vaak zie: op het moment dat iemand hardop zegt “dit wil ik anders”, ontstaat er beweging. Niet omdat alles direct opgelost is, maar omdat je niet meer alleen hoeft te dragen.
Goede voornemens mislukken zelden door gebrek aan wilskracht. Ze stranden vaker omdat we ze te lang alleen proberen vol te houden.
Dus misschien is dit een goed voornemen voor dit jaar:
niet alles zelf oplossen.
En jezelf toestaan om hulp te vragen.
Niet omdat je het niet kunt.
Maar omdat samenwerken ook betekent: samen dragen.


