“Mijn leidinggevende bemoeit zich nergens mee. Hij laat me volledig vrij.”
Soms klinkt dat als een compliment. En soms… ook niet.
Leiderschap betekent ruimte geven. Maar het betekent óók betrokkenheid tonen. Zichtbaar zijn. Aanspreekbaar zijn. En daar gaat het nog weleens mis.
Ik sprak een medewerker die zich verloren voelde. Haar leidinggevende wilde haar ‘niet te veel op de huid zitten’, uit vertrouwen. Maar zelf voelde ze zich aan haar lot overgelaten. “Hij kijkt niet naar mijn werk, weet niet wat ik doe. En ik weet dus ook niet of ik het goed doe.”
De intentie was goed. Maar de uitwerking? Eenzaam.
Stil leiderschap is niet per se fout. Het kan krachtig zijn. Maar alleen als het bewust gebeurt — én als er genoeg contactmomenten zijn om de relatie te voeden.
Vertrouwen betekent niet: alles loslaten. Het betekent: afstemmen. Ruimte geven, en tegelijk nabij blijven.
Wil je ruimte geven? Mooi. Maar check dan ook of die ruimte echt als steun voelt. En niet als een stille vorm van afstand.


