Professionaliteit wordt vaak verward met zelfstandigheid.
Met het idee dat je het zelf moet kunnen. Dat je doorzet. Dat je niet zeurt.
Ik zie het overal terug. In organisaties, in gesprekken, en eerlijk gezegd: soms ook bij mezelf. Het stille streven om sterk te zijn, ook als het eigenlijk even niet lukt.
Laatst sprak ik iemand die dit mooi verwoordde.
Hij zei: “Ik ben heel goed in zeggen: kom maar, ik doe dit er nog wel even bij. Maar veel minder goed in: nee, wat je nu van me vraagt gaat deze week niet lukken. Als je meer tijd hebt, kan ik het later wel doen.”
Wat daarin zichtbaar werd, kwam ook bij mij wel even binnen. Zorgen voor een ander is vaak makkelijker dan zorgen voor jezelf.
Voor medewerkers betekent “professioneel zijn” vaak: je werk goed doen, betrouwbaar zijn, geen last veroorzaken. Je wilt laten zien dat je het aankunt. Dat je betrokken bent. En dus neem je er nog iets bij. En nog iets.
Tot het niet meer lukt.
Voor leidinggevenden zit daar vaak een extra laag op. Want hoe professioneel voel je je als je zelf vastloopt? Als je twijfelt? Als je het antwoord niet hebt? Veel leidinggevenden voelen de verantwoordelijkheid om ruimte te houden voor het team – en zetten zichzelf op de tweede plaats.
Ook dat is een vorm van alles willen aankunnen.
Wat in beide rollen speelt, is hetzelfde onderliggende patroon: ik moet dit zelf kunnen dragen. Terwijl professioneel handelen juist betekent dat je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen grenzen. Dat je herkent wanneer iets te veel wordt. En dat je op tijd een pas op de plaats maakt.
Wat ik vaak zie, is dat mensen pas aan de bel trekken als de spanning al hoog is. Niet omdat ze het niet eerder zagen aankomen, maar omdat ze dachten dat het erbij hoorde. Dat dit nu eenmaal professioneel gedrag is.
Misschien mogen we professionaliteit anders gaan definiëren.
Niet als alles blijven doen.
Maar als het vermogen om keuzes te maken.
Voor medewerkers kan dat betekenen: eerder aangeven dat iets te veel wordt.
Voor leidinggevenden: laten zien dat ook zij niet alles alleen hoeven te dragen.
Zorgen voor jezelf is geen tegenstelling van zorgen voor een ander.
Het is een voorwaarde.
Dat vraagt geen zwakte.
Dat vraagt volwassenheid.
En het creëert ruimte – voor jezelf én voor de ander.


